Constantijn de Grote
gaf circa 314 na Christus een stuk grond aan de rand van Rome te leen aan paus
Melchiades. Het had oorspronkelijk toebehoord aan een zekere Plautius Lateranus.
Een samenzwering tegen keizer Nero had Plautius het leven gekost, en zijn familie,
de Laterani, hun bezittingen. De familienaam leeft echter voort in de basiliek
St. Jan van Lateranen, die volgens het opschrift op de gevel 'Hoofd en Moeder
van alle kerken van de stad. en van de wereld' is. Een titel, waarop zelfs de
St. Pieter zich niet kan beroemen.
De bouw van de oorspronkelijke kerk werd in 326 begonnen, maar verwoestingen, plunderingen, branden en verbouwingen hebben van dit eerste bouwwerk niet veel overgelaten. Van de kerk gaat alleen tot de middeleeuwen terug: het kloosterhof met kruisgang, omgeven door zuiltjes in vele vormen: glad, gedraaid, ingelegd met goudmozaiek en glinsterende steentjes. Ze zijn ontsproten aan de fantasie van de Romeinse marmerkunstenaars Vassalletti, in de eerste helft van de dertiende eeuw.
De St. Jan van Lateranen
dateert in haar huidige vorm van 1650. Ze is wellicht niet Rome's mooiste kerk,
maar de stoere gevel met zeven m hoge beelden, d
e
hoge, uit de Curia weggehaalde deuren, het schip van 130 m, de zware zuilen,
de pauselijke graven en de absis met een groot laat dertiende-eeuws mozaïek
zijn zeer indrukwekkend. Naast de basiliek staat het pauselijk paleis van het
Lateraan, dat in 1586 werd gebouwd op de plaats waar sinds eeuwen het paleis
van de bisschop van Rome, dus de paus, had gestaan. Tekeningen van Maarten van
Heemskerck geven nog een idee van de gebouwen, die in verval raakten door de
afwezigheid van de pausen tijdens de Babylonische gevangenschap in Avignon (1309-1377).
Het is historisch terrein. In het vroegere paleis hielden Duitse keizers van
het Heilige Roomse Rijk hun kroningsmaaltijden. Er vonden vele concilies plaats.
In 1929 werd op 11 februari in de Sala dei Papi door de paus en de Italiaanse
staat het verdrag van de Lateranen ondertekend, waarbij de huidige Vaticaanse
staat ontstond. Het bij het paleis gelegen baptisterium (doopkapel) dat in circa
432 werd gebouwd, heeft het verval beter doorstaan. Het achthoekige interieur
heeft acht porfieren zuilen die een balkenstelsel dragen waarop kleinere zuilen
en het dak werden opgetrokken. Rond het centrale deel, waar op zondagmiddagen
doopplechtigheden een boeiend kijkspel vormen, liggen vier kapellen, die rijk
versierd zijn met mozaieken, monumenten en schilderigen.