Zweven in de hemel
Ik zweefde in de hemel met vleugeltjes op mijn rug
met vlindertje in mijn buik, en o, wat vloog ik vlug
t Zag er zwart van de mensen: Luther King en zijn makkers
k Zag geen heiligen of maagden, maar enkel rooie rakkers.
En kijk: daar liep mijn opa, die stelde me voor aan mijn oma.
Daar liep ook oude Jacob, ik rook nog het linzensoeparoma.
Aan de hand van Petrus zweefde ik zachtkens naar Gods troon: en daar zat Ze,
Ze kamde dr haren, en de haren van dr Zoon
en Zij zei: Klim maar op mijn schoot en kom maar knusjes in mijn armen.
Ik zal je met mijn zachte lichaam verwarmen
want Ik weet, want Ik weet toch hoeveel pijn
daar beneden wel moet zijn
En met mijn hoofd op haar schouder hoorde ik eeuwige geheimen dat de vrede gauw zal komen en dat is nog niet het einde,
nee, het geweld zal verstommen en ook het religieus gezemel.
Dan begint het leven pas, want de aarde wordt de hemel.
En Zij zei: Klim maar op mijn schoot en kom maar knusjes in mijn armen.
Ik zal je met mijn zachte lichaam verwarmen
want Ik weet, want Ik weet toch hoeveel pijn
daar beneden wel moet zijn ~
~Mar van der Velden~