Planetoïden (asteroïden)     

Algemeen

 Foto's

In het zonnestelsel bevindt zich een enorm aantal kleinere objecten, variërend in grootte van kleine steenblokken tot objecten van honderden kilometers in doorsnee. Deze rotsachtige hemellichamen noemen we planetoïden of asteroïden. De meeste bevinden zich in de zogenaamde planetoïdengordel, tussen de banen van Mars en Jupiter.

De eerste planetoïde werd ontdekt door de Italiaanse astronoom Giuseppe Piazza, op 1 januari 1801. Het object was veel zwakker en kleiner dan de al bekende planeten. Het leek meer op een ster en werd daarom "asteroïde" genoemd. In ons land gebruiken we de term "planetoïden": kleine planeten. Tegenwoordig zijn bijna 20.000 planetoïden redelijk tot goed bekend. Hun aantal stijgt Planetoïde Ida met zijn maantje Dactyl.maandelijks met enkele tientallen.

Ida met zijn maantje Dactyl. Opname: ruimtesonde Galileo.

De herkomst van deze objecten is ietwat onzeker. Mogelijk zijn het de restanten van een gigantische botsing tussen proto-planeten tijdens het ontstaan van ons zonnestelsel, enkele miljarden jaren geleden.

Een sterbedekking door de planetoïde Daphne.Het is ook mogelijk dat deze kleinere hemellichamen zich niet verder tot een nieuwe planeet hebben kunnen samenvoegen vanwege de enorme aantrekkingskracht van Jupiter.

Een sterbedekking door de planetoïde Daphne. Zie foto's voor details.

De planetoïdengordel bevindt zich namelijk precies op die afstand tot de Zon waarop je eigenlijk nog een planeet zou verwachten. De huidige planeten staan op een vrij regelmatige afstand tot de Zon. Als je er wat berekeningen op los laat dan missen we blijkbaar nog een planeet tussen Mars en Jupiter. Verder vinden we van Mercurius tot Pluto de planeten oplopend in grootte terug, van klein dicht bij de Zon, naar groot in het midden en weer aflopend naar klein bij de verste planeten. De planetoïdengordel en de Trojanen.Er zijn dus twee opvallende zaken.

Ten eerste lijkt het voor een planeet, op die plaats, niet logisch dat Mars maar half zo groot is als onze Aarde. Je zou een veel grotere verwachten.

Ten tweede hebben we nog die "verdwenen" planeet. Het lijkt er op dat heel lang geleden enkele enorme botsingen hebben plaatsgevonden die blijkbaar kunnen verklaren wat we tegenwoordig waarnemen. De brokstukken kunnen dan het overblijfsel zijn van een catastrofe. Mars zou oorspronkelijk groter kunnen zijn geweest of zich ergens anders in het zonnestelsel hebben bevonden, vóór de grote klap.

De meeste planetoïden bevinden zich tussen de banen van Mars en Jupiter. In de baan van Jupiter, zo'n 60 graden voor en 60 graden achter de planeet, bevinden zich 2 kleinere groepen planetoïden, de Trojanen.

Hieronder vind je enkele foto's van 2 vertegenwoordigers van de hoofdgroep: Daphne en Nemausa.

Veelvuldige botsingen tijdens het ontstaan van het zonnestelsel, zorgden voor het ontstaan van de planetoïden. De enorme aantrekkingskracht van Jupiter verhindert blijkbaar dat al deze kleine hemellichamen zich tot een planeet kunnen samenvoegen.

Vrijwel alle planetoïden zijn te klein en te zwak om waargenomen te kunnen worden. Vaak zien we ze pas als ze de Aarde - astronomisch gezien - zeer dicht naderen of voorbijvliegen. Toch hebben een aantal planetoïden heel behoorlijke afmetingen. De grootste is Ceres, met een diameter van 930 kilometer. Ongeveer 5.000 planetoïden hebben een diameter van meer dan 15 kilometer. De grotere objecten vormen voor onze Aarde geen echte bedreiging. Ze hebben eigenlijk allemaal vrij stabiele banen om de Zon en blijven ver bij de Aarde vandaan.

Radarbeel van 216 Cleopatra.Het zijn juist de kleinere en vaak volkomen onbekende exemplaren, die regelmatig voor opwinding zorgen. Vele hebben chaotische banen en kruisen soms de Aardbaan. Hierbij zijn botsingen met onze planeet niet uitgesloten.

Radarbeeld van planetoïde 216 Cleopatra.

Een rotsblok met een afmeting van enkele tientallen of honderden meters, kan bij een inslag enorme schade veroorzaken. Zo gaat men er bijvoorbeeld van uit dat het uitsterven van de dinosauriërs, zo'n 65 miljoen jaar geleden, mede te danken is aan de inslag van een dergelijk object.

Toen het zonnestelsel ongeveer 5 miljard jaar geleden ontstond, werden de jonge planeten aan de lopende band door brokken gebombardeerd. We zien de sporen daarvan nog overal terug. Let maar eens op de vele inslagkraters op alle planeten met een hard oppervlak en de vele manen. Tegenwoordig is het veel rustiger maar inslagen van grotere objecten zijn niet helemaal uitgesloten. De Aarde wordt elke dag duizenden tonnen zwaarder door stofdeeltjes en puin uit de ruimte.

Banen van planetoïden.Naast de hoofdmacht in de grote planetoïdengordel en de Trojanen, kennen we nog 3 kleinere groepen. Ze kunnen de Aarde zeer dicht naderen of zelfs de Aardbaan kruisen. Men noemt ze daarom toepasselijk: "aardscheerders".

De Aten-groep omvat objecten met een perihelium net binnen de aardbaan en een omlooptijd korter dan een jaar. Er is maar een handjevol exemplaren bekend.

De Apollo-groep heeft zijn perihelium binnen de aardbaan. Het aphelium is dicht bij Mars.

De Amor-groep bevat planetoïden met een periheliumafstand tussen de banen van Mars en de Aarde, tussen 1 en 1,38 AE (Astronomische Eenheden).

Planetoïden die behoren tot de Amor-, Apollo- en Aten-groepen, kunnen de Aarde zeer dicht naderen en de Aardbaan kruisen. We noemen ze daarom "aardscheerders". De recentste schattingen gaan uit van 500 tot 1.000 exemplaren die een diameter hebben van meer dan 1 kilometer.

In het verre verleden zijn er erg veel ingeslagen in de jonge Aarde. Tegenwoordig wordt met toenemende zorg gezocht naar dit soort objecten omdat ze toch een potentieel gevaar vormen voor onze planeet. Het is de laatste jaren al een aantal keren voorgekomen dat dergelijke rotsblokken ternauwernood ons of de Maan hebben gemist en daarbij zelfs tussen de Maan en de Aarde door zijn gevlogen. Vaak worden dergelijke objecten pas waargenomen op het moment dat ze ons bereiken of als ze ons al gepasseerd zijn. Vanwege het feit dat juist de vele kleinere planetoïden zo moeilijk te zien zijn, is het ook erg lastig om hun banen te berekenen.

Voorheen waren planetoïden in feite niet meer dan wat vage streepjes op fotografische platen. Radarwaarnemingen met grote radiotelescopen, toonden voor het eerst meer details van dit soort objecten. Gedurende de laatste 15 jaar is ons beeld van deze mysterieuze objecten drastisch gewijzigd. Een aantal ruimtesondes maakte van dichtbij fantastisch gedetailleerde opnamen.

Close-up van Eros door de NEAR ruimtesonde.De NEAR ruimtesonde draaide enkele jaren om de planetoïde Eros en maakte tot slot zelfs een zachte landing. Er werden vele duizenden close-ups en films gemaakt van Eros. Op de laatste opnamen van de NEAR waren zelfs details van een paar centimeter grootte te zien.

Op de foto hiernaast is Eros te zien, gefotografeerd door de NEAR. Het bekijken van het uitgebreide foto-archief van deze ruimtesonde is zeer de moeite waard! De website is nog steeds actief.

Ontmoetingen met de grote planeten en onderlinge botsingen, hebben een aantal van deze objecten in afwijkende banen om de Zon geslingerd. Tegenwoordig speuren meerdere telescopen nauwkeurig de hemel af, op zoek naar deze brokken in de ruimte. Meer informatie hierover is bijvoorbeeld te vinden op de website Near-Earth Asteroid Tracking en bij het Minor Planet Center. Men probeert te berekenen wat hun banen zijn, hoe groot ze zijn en of ze (te) dicht bij ons komen. Van de meeste planetoïden is echter helemaal niets bekend. Ze zijn erg klein en lichtzwak en bevinden zich meestal op grote afstanden. Men hoopt ooit dreigende botsingen af te kunnen wenden, door dergelijke objecten een andere baan te geven zodat ze ons op veilige afstand passeren.

Naarmate onze instrumenten en technieken verbeteren, worden steeds meer planetoïden gevonden en regelmatig gevolgd. Er zijn tot nu toe (2006) zo'n 10 van deze objecten gevonden die een maan hebben. Eén exemplaar blijkt zelfs over 2 manen te beschikken.

De laatst bezochte planetoïde is Itokawa. De Japanse ruimtesonde Hayabusa heeft deze eind 2005 van dichtbij onderzocht en is zelfs kort geland. Er is getracht een bodemmonster te nemen. Helaas is men het contact grotendeels kwijtgeraakt na een aantal ernstige technische problemen. De juiste status van de sonde wordt nog steeds onderzocht. Mocht men er alsnog in slagen om de sonde naar de Aarde terug te halen dan zullen daar nog enkele jaren over heen gaan. Fraaie close-up opnamen vind je op de website van de Hayabusa.

Klik op de foto's voor een grotere afbeelding.

Om de verplaatsing van planetoïden zichtbaar te maken zonder film, kun je twee opnamen van hetzelfde sterrenveld combineren en die een klein beetje verticaal ten opzichte van elkaar verschuiven. Elke ster zie je dan "dubbel" afgebeeld. Een zich verplaatsend object, is zo 2 maal "enkel" te zien en valt dus meteen op.

Planetoïde Nemausa. De planetoïde Nemausa is een object met een diameter van 147 km. Op 21 februari 2003 was Nemausa van magnitude 10.55. De planetoïde bevond zich toen in het sterrenbeeld Orion. Objecten met deze helderheid zijn goed bereikbaar voor amateurs, ook met kleine telescopen. De baan van deze planetoïde ligt tussen die van Mars en Jupiter. Er werden 5 foto's genomen met een belichtingstijd van 15 seconden elk, met de CCD-camera. We zien hier de verplaatsing van dit object tussen 22.00 uur en 22.35 uur.

Planetoïde Daphne. Toen deze opnamen werden gemaakt, bevond de planetoïde Daphne zich in het sterrenbeeld Slang op een afstand van 1,58 Astronomische eenheden. Dapne heeft een diameter van 173 kilometer. Op 25 februari was dit object van magnitude 10,08. De omlooptijd bedraagt 4,6 jaar. Deze animated gif bestaat uit 4 foto's met een belichtingstijd van 15 seconden elk, over een periode van 38 minuten. Daphne maakt, net als Nemausa, deel uit van de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter.

Op 22 maart 2003, bevond de planetoïde Eros zich in het sterrenbeeld Stier. Eros was toen van magnitude +11,96 en bevond zich op een afstand van 171 miljoen kilometer. De diameter van dit grote rotsachtig lichaam is 33 x 13 x 13 kilometer. Voor deze animated gif werden 3 opnamen gebruikt, elk met 15 seconden belichtingstijd. We zien de verplaatsing in een periode van 26 minuten. Eros behoort tot de Amor-groep van planetoïden. Zie ook: NEAR ruimtesonde.

Frigga is een planetoïde met een diameter van 69 kilometer. Op 22 maart 2003 bevond ook dit object zich in het sterrenbeeld Stier. Twee opnamen werden samengevoegd, elk met 15 seconden belichtingstijd; een goede keuze voor zulke objecten. Het tijdverschil tussen de opnamen bedroeg 20 minuten. Frigga was toen van magnitude +12,30 en bevond zich op 350 miljoen kilometer afstand.
 Terug naar Homepage

 Terug naar index Zonnestelsel