|
laatste wijziging:
01-09-02 |
|
Symposiumverslag
RSI
Door Anita van Duijne - Zijderveld
Op 16 november 1999 is er een symposium geweest genaamd: "RSI, in de praktijk
getoetste en waardevol gebleken oplossingen". Het symposium vond plaats in het
gebouw van de Nederlandse Zorgfederatie te Utrecht.
Op het symposium waren 4 sprekers, te weten Mw. W. Schoenmaker van EGB, Dhr. G. Huppes van
VHP, Dhr. P. Ulicher van ArboNed en Mw. A. van der Wolf van De Goede Zaak
EGB
De eerste spreker was Mw. W. Schoenmaker van EGB. Zij hield een toespraak over
werktechniek en rsi.
Er werd direkt van de gelegenheid gebruik gemaakt om de deelnemers van het symposium
elkaar een goede wringtechniek aan te leren. De werkmethode, de werkvolgorde plus het
uiteindelijke resultaat is voor iedereen gelijk. Daarbij komt, dat een persoonlijke
werkstijl veel invloed heeft op de klacht(en). Een goed ontwerp alleen is niet voldoende.
Het trainen van een goede werkstijl is heel belangrijk. Zij pleit er voor dat al tijdens
de opleiding te doen. Er moeten geen risico's zitten in de werkstijl, die op de persoon is
aangepast.
De effectiviteit van de werktechniektraining is de combinatie van kwaliteit en acceptatie.
Echter, er zijn ook nog factoren als sociale norm in de persoonlijke omgeving en de
sociale norm in bedrijf en beroepsgroep, die van belang zijn. Zij ziet het geven van een
werktechniektraining als een didactisch proces, waarin verschillende leerfases zijn, die
elkaar afwisselen.
VHP
De tweede lezing werd gegeven door Dhr. G. Huppes van VHP. Zijn onderwerp was
werkplekergonomie bij RSI. De primaire preventie van RSI in de praktijk zijn goede
ontwerpen. Daarbij hoort zeker een goede instructie. Hij heeft 3 stellingen ten aanzien
van RSI tijdens de lezing neergelegd:
* Het is goed mogelijk het risico op RSI in te schatten
* RSI is altijd te voorkomen
* Er is een complex aan maatregelen nodig om RSI te voorkomen
Het complex aan maatregelen resulteert in het 5-Werkfactorenmodel. Dit model wordt
uitgebreid besproken in het Handboek RSI, geschreven door Huppes. Elk van de 5 factoren
dient zich in het groene deel van het stoplicht te bevinden.
Dit alles werd verduidelijkt aan de hand van een aantal praktijkvoorbeelden: een project
van een controlekamer in de haven van Rotterdam, een vulafdeling en een project in een
vleeswarenbedrijf. De conclusie die mag worden getrokken is, dat een gedegen analyse van
de werkplek altijd noodzakelijk is, omdat de oorzaak van de klachten soms anders blijkt te
zijn dan op het eerste gezicht zou worden gezegd.
De Gezonde Zaak
De derde lezing werd verzorgd door Dhr. P. Julicher en Mw. A. van der Wolf. Zij spraken
beiden namens de Gezonde Zaak. De Gezonde Zaak heeft een onderzoek laten verrichten naar
de resultaten van behandeling van RSI-pati?nten met hun RSI-cursus. Mw. A. van der Wolf,
bedrijfsfysiotherapeute startte deze deellezing met een uitvoerige verhandeling van wat
RSI is, hoe het ontstaat, welke factoren eraan ten grondslag liggen,enz. Deze info leek
mij niet noodzakelijk. Ieder die bij een arbodienst werkt of zich op andere
wijze met arbeidsomstandigheden bezighoudt, is bekend met deze materie.
Er werd in het kort verteld wat het RSI-plan van De Gezonde Zaak inhield. Jammer is, is
dat het programma voornamelijk uitgaat van de mens met klachten, mijns inziens iets te
veel fysiotherapeutisch, met daarbij op de achtergrond de werkplek. Die wordt, wanneer
noodzakelijk, gesimuleerd in de cursus. Er wordt alleen naar de werkplek toegegaan,
wanneer dat door de opdrachtgever gevraagd wordt. Dat is niet standaard.
Het RSI-plan is door de Hogeschool in Maastricht geevalueerd. Dhr. P. Julicher
presenteerde de evaluatie. Er wordt gesuggereerd, dat zestig procent van de deelnemers,
die RSI hebben na 4 weken klachtenvrij zijn. Helaas hebben er slechts 8 personen
deelgenomen aan de evaluatie. Door deelnemers uit de zaal werd gesteld, dat dit onderzoek
een vervolg dient te hebben om de uitslagen, die gepresenteerd zijn, nader te onderzoeken.
Dit werd door de heer Julicher beaamd. Men vond dat het gedurfde uitspraken waren, die
niet zonder extra onderzoek op deze manier gesteld konden worden.
Ondanks dit minpunt vind ik het goed, dat er meerdere partijen op verschillende manieren
onderzoek doen naar RSI en de manier van benaderen. Uiteindelijk draagt dat toch allemaal
bij aan een visie over hoe RSI te benaderen en behandelen.
Tijdens de koffiebreak is de beeldschermtachograaf gedemonstreerd. Het was helaas niet
mogelijk daarbij aanwezig te zijn en een oordeel over te vellen. Dat is wellicht een item
om in een van de volgende Nieuwsbrieven aandacht aan te besteden.
Conclusie
Al met al was het een aardige middag met bekende maar ook nieuwe inzichten. De toekomst
zal leren wat daarmee gedaan wordt.
|