zoekmachine marketing NVBF,Nederlandse vereniging voor bedrijfsfysiotherapeuten, Bedrijfsfysiotherapie netwerk leden Stichting Registratie Bedrijfsfysiotherapeuten.

logo nvbf
www.nvbf.nl

 

earthani.gif (26112 bytes)

Nederlandse Vereniging voor Bedrijfsfysiotherapeuten


Bestuur
Beroepsprofiel
Gedragscode
Arbitrage
Opleidingen
Faq 

Nieuwsbrief
Ledeninformatie
Netwerk
Gastenboek
Home

 

laatste wijziging:
01-09-02

 

RSI

door A. van Duyne

RSI is op het ogenblik een hot item.

Zie ook onderaan dit artikel interessante links
en het anti-stress programma
(Whip the worker) !

 

Er wordt met de regelmaat van de klok gepubliceerd in kranten en tijdschriften. Over het algemeen gaat het dan over RSI bij beeldschermwerk.
Ook in dit artikel wordt alleen melding gemaakt van RSI bij beeldschermwerk. Het is een overzicht van de stand van zaken van RSI tot op dit moment.

Wat is RSI.


RSI staat voor Repetitive Strain Injuries. Klachten, die ontstaan als gevolg van het uitvoeren van steeds dezelfde bewegingen.
Niet alleen de term RSI is in omloop.
Ook Cumulative Trauma Disorders (CTD) en Chronische Klachten door Cyclische bewegingen (CKC) zijn termen, die in de literatuur gebruikt worden. In wetenschappelijke literatuur wordt steeds meer gebruik gemaakt van het (paraplu-)begrip Work related MusculoSkeletal Disorders (WMSD)(3).
De reden hiervoor is, dat deze term meer 'neutraal' is, dan de overige termen.
In alle termen wordt een min of meer direkte relatie tussen de klachten en het werk verondersteld. Dit is echter feitelijk nog niet aangetoond (6).
Ziektebeelden, die bij RSI horen, zijn Tenosynovitis, Tendinitis, Epicondylitis, Carpaal Tunnel Syndroom, De Quervainsyndroom, etc.
De symptomen van RSI kunnen in 3 verschillende stadia gerangschikt worden (1,2,3)

Stadium I


* Pijn treedt op aan het einde van een werkdag en is meestal de volgende dag weer weggetrokken.
* Gevoeligheid van de spieren
* Gevoeligheid van de pezen
* Plaatselijke vermoeidheid
* Onbehaaglijk, krampachtig of doof gevoel


Stadium II


Klachten worden uitgebreider. De arbeidsprestaties gaan omlaag.
* Irritatie
* Pijn (m.n. bij statische spierbelasting)
* Zwelling
* Tintelingen
* Slapheid of plotseling verlies van grijpvermogen
* Doof gevoel
* Soms verbleking van de huidskleur


Stadium III


De pijn blijft voortduren en treedt ook op bij niet-herhaalde bewegingen.
* Aanhoudende pijn, die vaak elke beweging van de betreffende spiergroep belemmert.
* Zwelling, plaatselijk of meer verspreid (b.v. alleen in de pols of in de hele onderarm).
* Veranderingen van huidskleur en temperatuur.
* Dood of tintelend gevoel.
* Kraken. Alleen de symptomen uit stadium III worden RSI-klachten genoemd.

De symptomen uit stadium I en II worden RSI-gerelateerde klachten genoemd.
In buitenlandse literatuur wordt RSI in 5 stadia verdeeld (4).
Stadium I wordt nog verder uitgesplitst in 2 stadia, "Pre-RSI" en "Early-RSI". Tevens wordt stadium III gesplitst in 2 delen "Chronic Pain" en "Complex of chronic pain; Reflex Sympathetic Dysfunctions"

Waar treden klachten op.


Bij beeldschermwerk is er sprake van een combinatie van repeterende bewegingen van de vingers en de statische houding van de nek-/schouderregio. De spieren van de nek-/schouderregio worden statisch belast.
De statische belasting en daardoor verslechterde doorbloeding geven pijn/spierspanning ter plaatse. Niet alleen ter plaatse, maar ook de doorbloeding naar perifeer is dan uiteraard ook verminderd. En perifeer, en dan met name in de handen en vingers, is behoefte aan een goede doorbloeding.
De handen en vingers worden bij beeldschermwerk herhaald belast.
Zowel bij typen als bij muiswerkzaamheden. Tijdens de herhaalde bewegingen van het typen treedt een soort wrijving op tussen spieren, pezen en botten. Deze wrijving kan hoog oplopen tussen pols en elleboog. De mate wrijving is afhankelijk van de stand van de polsen tijdens typen. Hoe meer dorsaalflexie in de pols, hoe meer wrijving.
Ook bij het werken met de muis is de stand van de pols belangrijk. Hoe meer dorsaalflexie bij het vasthouden van de muis, hoe meer belasting op de pols en elleboog.
Het sturen van de muis gebeurt met de arm. De arm moet worden gestabiliseerd door middel van een statische aanspanning van de spieren van de arm. Hoe gevoeliger de muis ingesteld is, hoe groter de statische belasting is.
Het klikken op de muis met de vingers is de herhaalde beweging in deze. Kortom kan gesteld worden, dat er 2 mogelijke risicofaktoren zijn voor RSI (7):
1. Statische belasting van bovenarm of nek-/schoudergebied. Een beperking van de doorbloeding, waardoor op macro- en op micronivo letsel ontstaat.
2. Dynamische (repeterende) belasting op lokaal nivo. Een opeenstapeling van micro-blessures, die uiteindelijk tot chronische klachten leidt.
De aandoeningen, die optreden naar aanleiding van repeterende bewegingen kunnen onderverdeeld worden in 3 categoriën (4):
1. Aandoeningen aan het spier-, pees- en bandenstelsel. Hieronder vallen de tendinitiden, De Quervain-syndroom, trigger finger, enz.
2. Neurogene aandoeningen. Hieronder valt het carpaal tunnel syndroom, entrapment neuropathie, enz. .
3. Neurovasculaire aandoeningen. Bijvoorbeeld het Thoracic Outlet Syndrome.

Wanneer treedt RSI op.


Het aantal belastende factoren kunnen legio zijn. Op allerlei gebied kunnen deze voorkomen. Er zijn diverse checklisten ontwikkeld om oorzaken voor beeldschermwerk op te sporen. Een uitgebreide checklist is ontwikkeld (FNV), waarmee de oorzaken voor RSI-klachten bij beeldschermwerk opgespoord kunnen worden.
Deze checklist is ingedeeld in 7 blokken, te weten:
1. Werkdruk 2. Werktijden en de (mini) pauzes 3. Beeldscherm, toetsenbord en muis 4. Stoel, bureau en accessoires 5. Verlichting, geluid en klimaat 6. De zithouding en de werktechniek 7. De thuissituatie
Op de vragen in ieder blok wordt een score gegeven. Bij elk blok is aangegeven, bij welke score er minimale of maximale risico op RSI is. Er wordt gewerkt met een schuifjessysteem. Uitgangspunt hierbij is, dat wanneer een schuifje in het rode gebied staat, het risico op RSI groot is ten gevolge van alleen deze factor. Ook een aantal schuifjes in het oranjegebied geeft kans op RSI.
Over combinaties van factoren is nog niet zoveel bekend.
In de uiting van RSI is vaak wel sprake van een combinaties van micro-blessures. De micro-blessures geven op zichzelf geen klachten. Echter, deze blessures bij elkaar opgeteld geven wel klachten. Dit wordt het Double Crush Syndrome genoemd. (5)
Voorts komt uit onderzoek naar voren (1), dat RSI met name lijkt op te treden na een relatief kortdurende en hoge belasting. En niet zozeer na een langdurige en lage belasting. Bij de hoge belasting gaat het vaak om piekdruktes.
De klachten treden op bij computergebonden arbeidstaken, b.v. langdurig "muizen".

Wie hebben de meeste kans op RSI


Persoonlijkheid is een belangrijke factor. Er is geen verschil tussen mannen en vrouwen. Wat wel van belang is, is de persoonlijkheidsstructuur. Mensen, die macho-gedrag vertonen zullen minder snel actie ondernemen om RSI te voorkomen (4).
Het tegenovergestelde, verlegen mensen, geeft dezelfde uitkomt. Zij zullen niet zo snel vragen om verbeteringen van de werkplek of werktaak om klachten te voorkomen (4).
Voorts hebben gedreven mensen meer kans op RSI (1,4). Zij zijn plichtsgetrouwe, gemotiveerde en op produktiegerichte mensen. Met andere woorden. Het zijn over het algemeen geen "zeurpieten", die RSI ontwikkelen. Daarnaast is een goede werkhouding, een optimaal ingerichte werkplek, goed ingedeelde werktaken en -organisatie van belang (3).

Preventie en reïntegratie


Voorkomen van klachten heeft prioriteit nummer één. Hoe langer de klachten aanwezig zijn, des te minder kans is er op herstel. De kans op definitief herstel in fase III is zelfs heel klein (2). Vijf faktoren zijn bij preventie van belang (3).
De werkorganisatie: er moet voldoende afwisseling in lichaamshouding mogelijk zijn.
Werk- en rusttijden, er moeten mogelijkheden zijn voor herstel en (spier-)ontspanning.
Werkdruk, zowel de door het werk opgelegde druk, als de wijze waarop de werknemer met de werkdruk omgaat.
Werkplek, deze moet een goede werkhouding mogelijk maken op het gebied van ontwerp (meubilair, hulpmiddelen, inrichting) en omgevingsfaktoren (kou, tocht, lawaai, verlichting).
Werkwijze, de manier, waarop het werk wordt uitgevoerd, kennis over een goede werkhouding en actieve ontspanning tijdens het werk.
Voorts is het van belang, dat werknemers klachten melden en zonodig zelf in een vroeg stadium maatregelen nemen.
Werkgevers moeten de klachten serieus nemen en aan de werknemers kansen geven om maatregelen te nemen. Het is zaak, dat zij samen met de arbodienst een systeem opzetten om RSI op te sporen en te behandelen.
Arbodiensten dienen daarvoor een integraal pakket aan maatregelen aan te bieden (1).
Voor reïntegratie kan gebruik gemaakt worden van schema's (1) om werknemers en werkgevers een leidraad te geven op welk gebied de maatregelen te treffen.
Deze zijn ingedeeld in 3 groepen.
1. Beperkte maatregelen treffen
2. Uitgebreide maatregelen treffen
3. Inschakelen deskundigen/arbodienst
Een hulpmiddel bij beginnende RSI of bij reïntegrate is het bijhouden van een logboek (4).
Dit kan belangrijke informatie bevatten over symptomen en/of maatregelen. Dit logboek kan de volgende items bevatten: datum, symptomen, mogelijke oorzaak, ondernomen actie, resultaat, commentaar.

Er is een RSI-patiëntenvereniging (8).
De doelstellingen van de vereniging zijn:
* Leden de mogelijkheid geven met elkaar in contact te komen.
* Informatie over RSI verstrekken aan leden
* Bijstand verlenen op het gebied van gezondheid, arbeidsrecht en arbeidsomstandigheden via een commissie van deskundige adviseurs.
* De erkenning van de ziekte bevorderen.
* De samenleving wijzen op de gevaren van RSI
* Het onderzoek naar RSI bevorderen. Zij hebben een verwijslijst van specialisten en paramedici.

Het adres is: RSI-patiëntenvereniging Postbus 1222 3800 BE Amersfoort

Literatuur

1. Huppes, ir. G., Peereboom, drs. K.J., Schreibers, drs. K.B.J. RSI bij beeldschermwerk. Preventie en reïntegratie. 1996 Uitgeverij Kerckebosch B.V., Zeist

2. Huppes, G. Kortcyclische arbeid, ergonomische aanpak van nek-, schouder-, en armklachten. 1992 Amsterdam: Nederlands Instituut voor Arbeidsomstandigheden.

3. Repetitive Strain Injury, vroegtijdig helpen, helpt. Verslag van de voordrachten gehouden op het gelijknamig symposium d.d. 22 maart 1997 te Ede.

4. Pascarelli, E.F., Quilter, D. Repetitive strain injury: a computer user's guide. John Wiley & Sons, Inc.

5. Kane, Dr. R.L. www.mcs.vuw.ac.nz/comp/General/OOS/ 17RSINET

6. de Ridder, Drs. G.M.T., Groothausen, J. Krijgt de computermuis een staartje? Tijdschrift voor Arbeidsomstandigheden 12 96. Pag. 625-627.

7. Huppes, Ir. G., Brüning, M. Repeterend werk en RSI. Tijdschrift voor Ergonomie juni 1995. Pag. 15-19.


Voor meer info over het onderwerp RSI:

zie ook de pagina Nieuws algemeen

RSI-testennieuw

Een site van FNV-bondgenoten met een aantal testen met betrekking tot de kantoorwerkplek. Testen hebben betrekking op: werkdruk, werktijden, beeldschermwerk, stoel en bureau, verlichting en klimaat, zithouding en werktechniek en tot slot een test over de thuissituatie. De uitslagen van de verschillende testen worden weergegeven via het 'stoplichtmodel'

Het Nationale RSI Congres 2000", Risico’s, preventie en oplossingen

Symposiumverslag RSI november 1999

RSI-Vereniging

Website J.W. Elkhuizen met veel relevante info over RSI
en: http://www.voorkomRSI.nl

RSI-Centrum

Opgelet ! ! !
Wilt U even niet meer muizen en Uw agressie kwijt.
Download hier dan het anti-stress programma. (stresstherapy.exe 715Kb)

 


Home Bestuur Beroepsprofiel Wat is bedrijfsfysio Gedragscode
Arbitrage Opleidingen Faq  Nieuwsbrief Ledeninformatie Netwerk Gastenboek