|
laatste wijziging:
01-09-02 |
|
Gezond op het dak
Rugklachten vaak het gevolg van
onverantwoord tillen.
Fysieke belasting is een groot risico
in tal van arbeidssituaties. Ongeveer 40% van het ziekteverzuim wordt veroorzaakt door
fysieke belasting. Rugklachten vormen met ruim 25% het grootste deel van dit
ziekteverzuim. Daarnaast vindt per saldo 20% van alle nieuwe WAO-gevallen zijn oorzaak in
de rug. Rugklachten zijn dus niet alleen een probleem met betrekking tot het
ziekteverzuim, maar ook als er arbeidsongeschiktheid om de hoek komt kijken.
|
|
|
Er wordt niet zozeer onverantwoord
getild maar wel vaak eenzijdig |
Verkeerd tillen speelt in veel gevallen een aanwijsbare rol in het
ziekteverzuim en zelfs blijvende arbeidsongeschiktheid. Vaak worden rugklachten
veroorzaakt door te veel, te zwaar of onverantwoord tillen. Vervolgens kan ook de werkplek
risico's met zich meebrengen die het tillen nog eens extra zwaar of moeilijk maken, indien
er bijvoorbeeld onvoldoende tilhulpmiddelen aanwezig zijn. Tenslotte is het ook mogelijk
dat er risico's zijn die hun oorzaak vinden in de organisatie van het werk, zoals een
grote werkdruk of (onnodige) piekbelastingen op bepaalde tijden in het werk.
Voor een gedegen aanpak van de fysieke risico's die uit tillen kunnen voortvloeien is het
noodzakelijk alle hierboven genoemde factoren nauwkeurig onder de loep te nemen. Het is
van belang om naast de gedragsgebonden risico's ook de werkplek gebonden en
organisatorisch gebonden risico's te analyseren. Alleen op deze manier kunnen de nadelige
gevolgen, die het handmatig tillen op het ziekteverzuim kan hebben, zo structureel
mogelijk aangepakt worden.
De wetgeving kent op dit moment nog geen grenswaarden voor maximaal toelaatbare
tilgewichten. Er is wel een tilnorm opgesteld van 25 kilogram onder optimale
omstandigheden. Daarmee wordt bedoeld dat het te tillen voorwerp goed te hanteren is, niet
te laag of te hoog staat opgesteld, gemakkelijk verplaatst kan worden enzovoorts.
In de praktijk is de norm van 25 kilogram althans op dit moment niet haalbaar. De theorie
en de praktijk verschillen dus nogal. Dit is overigens niet iets om in te berusten. De
betrokkenen dienen na te denken over werkmethoden, gewichten van de te verwerken
materialen, ontwikkelen van hulpmiddelen etc. De werkgever is immers volgens de ARBO-wet
verplicht het werk zo te organiseren en in te richten dat fysieke belasting geen gevaar
oplevert voor de veiligheid en gezondheid van de werknemers. Datzelfde geldt voor de
produktie- en werkmethodes die worden toegepast.
Het beste resultaat wordt bereikt als zoveel mogelijk tilwerkzaamheden worden overgenomen
door hulpmiddelen zoals vorkheftrucks, kranen, steekkarren en dergelijke. In de praktijk
is dit niet altijd mogelijk, zodat er toch handmatig getild moet worden. Het is daarom
belangrijk dat werknemers bekend zijn met goede tiltechnieken om zodoende het risico van
'verkeerd' tillen zoveel mogelijk te beperken. Kennis over een verantwoorde manier van
tillen is essentieel om de gedragsgebonden risico's met betrekking tot het tillen te
minimaliseren. De werkgever zal zijn werknemers daarom van informatie moeten voorzien
aangaande de theorie en de praktijk van het tillen.
Ergonomische factoren
Daarnaast zal de werkgever de werkplek gebonden of ergonomische
factoren van het werk moeten bekijken. Een tilhulpmiddel kan bijvoorbeeld handmatig tillen
voorkomen, waardoor de fysieke risico's aanzienlijk kunnen dalen. Tevens kan een
opgeruimde werkplek ervoor zorgen dat de te tillen voorwerpen makkelijker te bereiken zijn
en dus ook makkelijker te tillen. Naast deze aspecten kunnen nog tal van andere factoren
op de werkplek van invloed zijn op de fysieke belasting van het tillen.
Vervolgens kan ook de manier waarop het werk georganiseerd is van invloed zijn. Indien de
tilmomenten gelijkmatig over de dag verspreid kunnen worden zal dat bijvoorbeeld een
kleinere fysieke inspanning vergen, dan wanneer er op een paar momenten van de dag of week
in korte perioden heel veel getild moet worden. Naast het spreiden van de momenten waarop
getild wordt, kan ook een betere spreiding van taken een positief resultaat opleveren.
Taakroulatie in het werk zal de kans op overbelasting beperken, daar niet telkens dezelfde
lichaamsdelen op dezelfde manier gebruikt worden.
Zolang de tilnorm van 25 kilogram in de praktijk niet altijd haalbaar blijkt te zijn is
het, voor een optimaal resultaat, essentieel om het tillen op deze drieledige manier aan
te pakken.
Tenslotte dient er rekening gehouden te worden met het feit dat het werk niet alleen
bestaat uit tillen. Er zijn nog tal van andere aspecten die de fysieke belasting op het
werk bepalen, zoals duwen, trekken, bukken of het werken in ongemakkelijke houdingen.
Voor een totale aanpak van het ziekteverzuim op dit gebied zal er dus ook gekeken moeten
worden naar de andere fysieke aspecten in het werk. Op deze manier kan de te verrichten
arbeid minder zwaar worden, zodat de kans op klachten aan het bewegingsapparaat zal
verminderen.
Situatie dakdekkers en loodgieters
Indien de werkzaamheden van dakdekkers en loodgieters bekeken worden
valt op dat tillen vaak voorkomt. Dit gebeurt met voorwerpen die nogal eens zwaarder zijn
dan 25 kilogram. Deze, eerder vermelde, 25 kilogram is een soort magische grens die
gesteld is om aan te geven dat er onder die grens verantwoord getild kan worden. De
arbeidsomstandigheden in deze beroepsgroepen zijn verre van optimaal en daarom is het
belangrijk dat er bewustwording ontstaat omtrent de risico's die het tillen met zich mee
kan brengen. Er wordt in dit verband dan ook niet gesproken over goed tillen, maar over
verantwoord tillen.
De werkdag begint in veel gevallen direct met een flinke belasting, als er materialen in
de auto of bus worden geladen. Na aankomst op de werkplek moeten deze materialen weer
uitgeladen worden, zodat er al vroeg op de dag tot twee keer toe getild wordt. Deze
situatie kan niet veranderd worden en daarom is het van belang dat de werknemers hier zelf
op een verantwoorde manier mee omgaan.
Door meteen te starten met het tillen van de zwaarste materialen, wordt het lichaam al
snel behoorlijk belast. In die gevallen waar het mogelijk is, verdient het de voorkeur
eerst de lichtere materialen in en uit te laden, zodat het lichaam niet direct zwaar
belast wordt.
Daarnaast hebben werknemers zich vaak een bepaalde manier van tillen eigen gemaakt, waar
niet of weinig van afgeweken wordt. Dit kan op den duur tot overbelasting leiden. Er wordt
namelijk niet altijd onverantwoord getild, maar wel te eenzijdig. De nadruk moet liggen op
variatie van werkhoudingen en tiltechnieken, waardoor er meer verschillende lichaamsdelen
worden belast en de kans op overbelasting van bepaalde lichaamsdelen verkleind wordt.
Zowel bij de dakdekkers als bij de loodgieters speelt ook de werkplek en de organisatie
van het werk een belangrijke rol. Het zo dicht mogelijk (af)leveren van materialen bij de
werkplek of het werk dermate organiseren dat er zoveel mogelijk met hulpmiddelen gewerkt
kan worden kan al een grote verbetering opleveren voor wat betreft de fysieke belasting.
Daarnaast is het een voordeel als de mogelijkheid geschapen wordt met meer dan één
werknemer op de werkplek aanwezig te zijn. In die situatie kunnen zware materialen met
twee personen getild worden. Dit lijkt een eenvoudige oplossing om piekbelasting(en) te
voorkomen. In de praktijk ligt het vaak anders. Aan de ene kant worden werknemers soms
belemmerd door een 'macho cultuur', waardoor zware materialen toch door één persoon
getild worden en aan de andere kant is het geregeld de tijd die een druk legt op de
werknemer, omdat het werk nu eenmaal snel af moet.
Vervolgens zijn de dakdekkers en loodgieters tevens afhankelijk van de grootte en de vorm
(en natuurlijk ook het gewicht) van de materialen waarmee gewerkt wordt. Dakdekkers tillen
regelmatig dakrollen die moeilijk te hanteren zijn en een gewicht hebben vanaf 26 kilo.
Loodgieters ondervinden met verschillende soorten sanitair dezelfde problemen. Het is van
belang dat de verpakking van materialen goed hanteerbaar is. In sommige gevallen kunnen
handvaten in het verpakkingsmateriaal al een aantal moeilijkheden uit de weg helpen. De
werkgever kan proberen in overleg met leveranciers het verpakkingsmateriaal beter
hanteerbaar te maken, in die gevallen waarin dat mogelijk is.
Tilcursus
Teneinde het verantwoord tillen bij de werknemers zoveel mogelijk
onder de aandacht te brengen, kan er gekozen worden voor een instructie in de vorm van een
'tilcursus'. Op deze manier raken werknemers bekend met de theorie en de praktijk van het
tillen. Tijdens de theoretische instructies worden de principes besproken die op vrijwel
alle tilsituaties van toepassing zijn en tijdens de praktische instructies worden met de
werknemers verschillende technieken geoefend waarop er getild kan worden.
De aandacht zal daarbij vooral uit moeten gaan naar de tilhandelingen die in het werk van
de betreffende groep werknemers aan bod komen. Met name ook in het praktische gedeelte van
de cursus is het verstandig het tillen te oefenen met de materialen die ook daadwerkelijk
door de werknemers getild moeten worden. Zodoende kan er een redelijk natuurgetrouwe
situatie gecreëerd worden. Het is natuurlijk ook mogelijk de praktische instructie op de
werkplek zelf plaats te laten vinden, zodat de reële situatie de achtergrond vormt waarop
de tilhandelingen geoefend worden.
Het is daarom van groot belang dat degene die de tilcursus verzorgd, zich van te voren
verdiept in alle facetten van het werk om vervolgens een specifieke instructie aan de
werknemers te kunnen voorleggen, die toegesneden is op hun arbeidsomstandigheden. Vooraf
een bezoek aan het bedrijf of een bouwwerkplek van het bedrijf is dus noodzakelijk om aan
deze voorwaarden te kunnen voldoen. Tijdens dat bezoek aan de werkplek kan er tevens een
eerste kennismaking plaatsvinden met de werknemers, waardoor een goede indruk verkregen
kan worden over de groep werknemers die geïnstrueerd moet worden en hun belevingswereld
rondom het onderwerp tillen.
Werknemers zijn lang niet altijd gemotiveerd voor het volgen van een dergelijke cursus en
zullen dus op een inventieve manier aangesproken moeten worden om de aandacht erbij te
houden en de motivatie te verhogen.
Bovenstaand artikel kwam tot stand in samenwerking met
Kettlitz Adviezen te Rotterdam, J. K. van Wijnen, bedrijfsfysiotherapeut en R. Peters,
bedrijfsfysiotherapeut i.o.
|