|
Beroepsprofiel
INLEIDING
Bedrijfsfysiotherapie is een jonge nieuwe richting in de
fysiotherapie. In toenemende mate zijn bedrijfsfysiotherapeuten actief in het Nederlandse
bedrijfsleven.
Bedrijven en instellingen zijn zeer geïnteresseerd in deze
activiteiten. Deze interesse komt voor een belangrijk deel door nieuwe wettelijke
maatregelen die er op gericht zijn werkgevers en werknemers meer te betrekken bij ziekte
en arbeidsongeschiktheid: meer eigen risico en meer eigen verantwoordelijkheid.
Mede in verband met deze toenemende
bedrijfsfysiotherapeutische activiteiten heeft het Koninklijk Nederlands Genootschap voor
Fysiotherapie (KNGF) in 1991 een werkgroep ingesteld om een eerste verkennende
beschrijving van deze discipline te geven. Dit leidde tot de nota Bedrijfsfysiotherapie
(KNGF 1992), waarin onder andere een eerste definitie en profielschets werden gegeven.
Na het verschijnen van de nota kreeg een nieuwe werkgroep
bedrijfsfysiotherapie van het KNGF, ter concretisering van de conclusies en aanbevelingen
uit deze nota, een volgende opdracht.
Men werd verzocht om:
a. de eerste profielschets van de bedrijfsfysiotherapeut verder uit te werken;
b. richtlijnen vast te stellen voor registratie van bedrijfsfysiotherapeuten.
In dit rapport wordt de uitgewerkte profielschets
bedrijfsfysiotherapeut (hoofdstuk 1) gepresenteerd, evenals richtlijnen voor registratie
(hoofdstuk 2). Vervolgens dient er nagedacht te gaan worden over de structuur en
organisatie van een registratiesysteem voor professioneel werkende
bedrijfsfysiotherapeuten in Nederland. In navolging van de eerste werkgroep werd ook de
tweede werkgroep bedrijfsfysiotherapie breed samengesteld met vertegenwoordigers uit de
bedrijfsfysiotherapie, de Nederlandse Vereniging voor Bedrijfsfysiotherapeuten (NVBF), de
ARBO- en bedrijfsgezondheidszorg, de overheid en het onderwijs.
Amersfoort, januari 1995 Drs. E.J.B.
Veldboer, voorzitter KNGF werkgroep bedrijfsfysiotherapie.
LEDEN WERKGROEP BEDRIJFSFYSIOTHERAPIE
Dr. J.C.F.M. Aghina, bedrijfsarts (adviseur)
F.Th.M. Asselbergs, bedrijfsfysiotherapeut
J.C. Elenbaas, bedrijfsfysiotherapeut, Hogeschool Rotterdam en Omstreken
D. Molenaar, bedrijfsfysiotherapeut, voorzitter NVBF
J.A. Nagy, bedrijfsfysiotherapeut, Hogeschool Enschede
Drs. E.J.B. Veldboer, fysiotherapeut/bewegingswetenschapper, Ministerie van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid (adviseur)
C. Bakker, secretariaat KNGF te Amersfoort
V.L. Wiarda, secretariaat KNGF te Amersfoort
1. PROFIELSCHETS BEDRIJFSFYSIOTHERAPEUT
In dit hoofdstuk wordt de profielschets bedrijfsfysiotherapeut
gepresenteerd. Achtereenvolgens komen aan de orde: kernomschrijving, specifieke
deskundigheid en de te onderscheiden taakgebieden van de bedrijfsfysiotherapeut. Het gaat
met name om een beroepsinhoudelijke omschrijving van de specifieke aspecten van de
bedrijfsfysiotherapie.
1.1. Kernomschrijving
De activiteit van de bedrijfsfysiotherapeut kenmerkt zich door het, in de
arbeidssituatie, met een preventief doel aanwenden van specifieke kennis van het bewegend
functioneren van de mens in relatie met zichzelf en zijn omgeving.
1.2. Deskundigheid
De bedrijfsfysiotherapeut is een fysiotherapeut die een door de
beroepsgroep bepaalde standaard aan praktische en theoretische expertise, middels een
tweede fase opleiding, heeft bereikt op het gebied van de bedrijfsfysiotherapie.
Bedrijfsfysiotherapie verschilt van de algemene fysiotherapie, omdat het zich richt op
preventieve zorg voor een specifieke doelgroep.
Dit vereist een specifieke deskundigheid, vaardigheid en attitude, anders dan bij de
algemene fysiotherapie, maar wel met behoud van alle fysiotherapeutische kernmerken.
De bedrijfsfysiotherapeut is een
deskundige die de organisatie en inhoud van de arbeid, werkplekken en/of (psycho)
motorisch gedrag van werknemers systematisch onderzoekt met specifieke aandacht voor het
bewegingssysteem van de werknemers.
In verband met de complexiteit van een dergelijk onderzoek
is het essentieel dat er intensief wordt samengewerkt met alle geledingen binnen het
bedrijf of instelling en andere disciplines binnen het gehele veld van arbeid en
gezondheid.
Gevolg hiervan is dat er specifieke eisen worden gesteld aan de sociale en communicatieve
vaardigheden van de bedrijfsfysiotherapeut.
Op basis van de resultaten van dat onderzoek stelt de bedrijfsfysiotherapeut interventies
voor (en/of voert deze uit) op het gebied van de organisatie en inhoud van de arbeid, de
inrichting van de werkplek en/of (psycho) motorisch gedrag van werknemers, met het doel
aandoeningen aan het bewegingssysteem zoveel mogelijk te voorkomen, weg te nemen en/of te
verminderen.
Daar waar de werknemer te maken heeft met een blijvende aandoening, ondersteunt de
bedrijfsfysiotherapeut zowel de werkgever als de werknemer bij de reïntegratie in het
arbeidsproces.
Toelichting: Gezondheidsproblemen van het
bewegingssysteem vormen in Nederland de belangrijkste oorzaak van langdurig ziekteverzuim
en arbeidsongeschiktheid. Deze gezondheidsproblemen betekenen niet alleen veel ongemak
voor de direct betrokkenen, ze zijn ook zeer kostbaar voor het bedrijfsleven en de
maatschappij als geheel. Het groeiend aantal arbeidsongeschikten is maatschappelijk en
economisch onaanvaardbaar; dat heeft de overheid ertoe gebracht beleid te ontwikkelen ter
bevordering van de preventieve zorgverlening.
In de nota "Fysieke belasting tijdens de arbeid"
van het Directoraat Generaal van de Arbeid worden zes beleids-instrumenten genoemd,
namelijk: - onderzoek - voorlichting - wet- en regelgeving - deskundigheidsbevordering -
subsidieregeling en - beïnvloeding door centraal overleg.
Van deze instrumenten bieden vooral de wet- en regelgeving (Arbeidsomstandighedenwet, Wet
Arbeid Gehandicapte Werknemers, EG-Richtlijn 89/391/EEG en de volumebeperkende
maatregelen), de voorlichting en de deskundigheidsbevordering aanknopingspunten voor de
bedrijfsfysiotherapeut om bij te dragen aan de ARBO-zorg in bedrijven en instellingen.
Kernactiviteit
Het bedrijfsfysiotherapeutisch handelen richt zich op
preventie.
Een aantal fysiotherapeutische basisvaardigheden staan de
bedrijfsfysiotherapeut ten dienste bij het uitvoeren van ARBO-zorg (o.a. het
diagnostiseren, classificeren en registreren van aandoeningen aan het bewegingssysteem
alsmede kennis van en ervaring met het behandelen in curatieve zin).
In eerste instantie richt de bedrijfsfysiotherapeut zich op het voorkomen van aandoeningen
aan het bewegingssysteem door o.a. in de ontwerpfase van nieuwe werkplekken en in de
herontwerpfase van bestaande werkplekken, bijvoorbeeld naar aanleiding van een (periodiek)
onderzoek of inventarisatie, maatregelen te treffen (primaire
preventie).
Bij secundaire preventie gaat
het om het verminderen of doen herstellen van aandoeningen aan het bewegingssysteem door
het aanpassen van de arbeidssituatie en door voorlichting, instructie en training van
individuele werknemers en groepen.
Van tertiaire preventieve
gezondheidszorg is pas sprake als de klacht of aandoening tot onherstelbare schade aan het
bewegingssysteem heeft geleid.
In dit kader kan de bedrijfsfysiotherapeut werknemers begeleiden bij (vervroegde)
herintreding op de werkplek.
De methodiek van bedrijfsfysiotherapie
De bedrijfsfysiotherapeut verleent ARBO-zorg in bedrijven
en instellingen volgens een systematische, stapsgewijze werkwijze: de methodiek
bedrijfsfysiotherapie.
Er zijn zes fasen te onderscheiden:
In de eerste fase (kennismaking) formuleert de
bedrijfsfysiotherapeut op basis van de eerste verkregen informatie een voorlopige
definitie van het (potentiële) gezondheidsprobleem.
In de tweede fase (oriëntatie) wordt deze
definitie aangescherpt, en wordt een plan van aanpak opgesteld.
In de derde fase (algemeen onderzoek) wordt de
algehele arbeidssituatie geanalyseerd.
In de vierde fase (specifiek onderzoek) wordt de
fysieke belasting van de werknemer(s) bepaald, evenals een inschatting van de
belastbaarheid.
In de vijfde fase (interventie) wordt op basis van
de onderzoeksresultaten een interventievorm gekozen en uitgevoerd.
In de zesde fase (evaluatie) wordt de interventie
geëvalueerd.
Deze methodiek wordt door de bedrijfsfysiotherapeut
op flexibele wijze gehanteerd, dat wil zeggen: afhankelijk van het gezondheidsprobleem
kunnen bepaalde fasen worden overgeslagen, of kan het bedrijfsfysiotherapeutisch onderzoek
voortijdig worden beëindigd.
De methodiek is onderhevig aan voortdurende toetsing en waar nodig aanpassing.
Bij de bespreking van de verschillende taakgebieden van de bedrijfsfysiotherapeut zal
verder worden ingegaan op de verschillende fasen van de methodiek.
Werkveld en doelgroep
Het werkveld bestaat uit bedrijven en instellingen. Betrokkenen die hiertoe behoren kunnen
aangemerkt worden als doelgroep van de bedrijfsfysiotherapeut.
Samenwerking
De gezondheidsproblematiek in een bedrijf of instelling wordt vaak
versterkt door verschillende risicofactoren bepaald en is complex van aard. Derhalve werkt
de bedrijfsfysiotherapeut nauw samen met andere deskundigen op het gebied van arbeid en
gezondheid binnen bedrijven en instellingen. Dit stelt specifieke eisen aan de sociale en
communicatieve vaardigheden van de bedrijfsfysiotherapeut.
Toekomstige ontwikkelingen
De bedrijfsfysiotherapeut is een nieuwe deskundige binnen
het veld van arbeid en gezondheid. In toenemende mate worden bedrijfsfysiotherapeutische
taken uitgevoerd in Nederland. Naar alle waarschijnlijkheid zal de komende jaren het
takenpakket van de bedrijfsfysiotherapeut zich steeds verder ontwikkelen in de richting
van de in deze rapportage gepresenteerde taakgebieden. De profielschets moet echter steeds
worden getoetst en aangepast aan de veranderende situaties van de arbeidende mens en de
ARBO-zorg.
1.3. Taakgebieden
Bij de beschrijving van de verschillende taakgebieden worden twee
afzonderlijke sectoren onderscheiden, te weten: - de primaire taakgebieden, omvattend die
activiteiten die als arbeidsomstandighedendeskundige in bedrijven worden ontplooid,
waarbij de accenten worden gelegd op samenwerking met andere deskundigen en het hanteren
van een gestructureerde werkwijze en - de secundaire taakgebieden, die vallen binnen het
kader van de (ontwikkeling van de) beroepsgroep. Het is evident dat de twee taakgebieden
nauwe samenhang met elkaar vertonen; in de tijd zijn evenwel synchroniteit en opeenvolging
mogelijk.
1.3.1. Primaire taakgebieden
Het verlenen van ARBO-zorg in bedrijven en instellingen. Het verlenen van ARBO-zorg door
bedrijfsfysiotherapeuten gebeurt volgens de reeds kort besproken methodiek.
Deze methodiek maakt het bedrijfsfysiotherapeuten mogelijk om op adequate en efficiënte
wijze onderzoek te verrichten naar (dreigende) gezondheidsproblemen in arbeidssituaties,
met name gericht op de lichamelijke gevolgen van de arbeid.
Op grond van deze systematische analyse kunnen gerichte interventies uitgevoerd worden en
is het mogelijk om het bedrijfsfysiotherapeutisch handelen te evalueren.
Een dergelijke methodiek is van groot belang omdat arbeidssituaties over het algemeen zeer
complex zijn.
Vele risicofactoren kunnen een rol spelen in het ontstaan en voortbestaan van de
problematiek van het bewegend functioneren van de mens in relatie tot zichzelf en zijn
omgeving.
Bij het verlenen van ARBO-zorg worden de volgende fasen van de methodiek onderscheiden:
a. kennismakingsfase b. oriëntatiefase c. algemene onderzoeksfase d. specifieke
onderzoeksfase e. interventiefase f. evaluatiefase.
a. Kennismakingsfase
Allereerst zal in de kennismakingsfase het bedrijf de opdracht nader toelichten.
De bedrijfsfysiotherapeut geeft in algemene zin aan wat verwacht mag worden en welke
werkwijze wordt gehanteerd. De kennismakingsfase leidt tot een voorlopige
probleemstelling, die in de volgende fase nader bekeken wordt om definitief vast te
stellen of een bedrijfsfysiotherapeutische interventie op zijn plaats is. Beslissend
daarvoor is de mate waarin het vermoeden bestaat dat het gaat om problematiek van het
bewegend functioneren van de werknemer in relatie tot zichzelf en zijn omgeving.
b. Oriëntatiefase
In de oriëntatiefase formuleert de bedrijfsfysiotherapeut een definitieve
probleemstelling. Hiervoor wordt met meer diepgang dan in de kennismakingsfase, informatie
verzameld over de opdrachtgever, het gezondheidsprobleem (inclusief de risicofactoren)
binnen het bedrijf en de te onderzoeken functies van werknemers. Wanneer besloten is het
bedrijfsfysiotherapeutisch handelen voort te zetten, stelt de bedrijfsfysiotherapeut een
plan op voor de algemene onderzoeksfase. Dit plan omvat naast de definitieve
probleemstelling, een keuze uit onderzoeksmethoden, een tijdsplanning en (eventueel) een
begroting. Over de informatie uit de kennismakingsfase en de oriëntatiefase rapporteert
de bedrijfsfysiotherapeut aan de opdrachtgever.
c. Algemene onderzoeksfase
Na de kennismakings- en oriëntatiefase wordt een algemeen onderzoek uitgevoerd.
Het doel van deze fase is te achterhalen of, en zo ja in welke mate fysieke, mentale,
sociale en organisatorische aspecten een rol spelen bij het gezondheidsprobleem.
In deze fase inventariseert de bedrijfsfysiotherapeut risicofactoren die een relatie
kunnen hebben met de probleemstelling.
De bedrijfsfysiotherapeut maakt daarbij zoveel mogelijk gebruik van gestandaardiseerde
onderzoeksmethoden. indien uit de functie-analyse naar voren komt dat het
gezondheidsprobleem voornamelijk niet fysiek bepaald is, maar de bedrijfsfysiotherapeut
daarvan melding, zodat andere deskundigen ingeschakeld kunnen worden.
Behalve de gezondheidsaspecten moeten ook de gedragsaspecten van arbeid worden
geanalyseerd.
d. Specifieke onderzoeksfase
In de specifieke onderzoeksfase stelt de bedrijfsfysiotherapeut de fysieke
belasting in de arbeidssituatie vast.
Het specifieke onderzoek bestaat uit het op de betreffende werkplek(ken) toepassen van
één of meer gestandaardiseerde onderzoeksmethoden.
Daarnaast kan een bedrijfsfysiotherapeut de belastbaarheid van werknemers inschatten.
Aan de hand van de onderzoeksgegevens inventariseert de bedrijfsfysiotherapeut de
risicofactoren ten aanzien van het gezondheidsprobleem
Aangrijpingspunten voor een eventuele interventie worden gevormd door aanwezige
risicofactoren in de arbeid en bij de werknemers. Over de informatie uit de algemene en
specifieke onderzoeksfase rapporteert de bedrijfsfysiotherapeut aan de opdrachtgever.
Wanneer er daadwerkelijk wordt overgegaan tot een interventie, maakt de
bedrijfsfysiotherapeut een opzet voor een effectmeting.
e. Interventiefase
De interventiefase begint met het opstellen van een gedetailleerd, samenhangend plan van
aanpak door de bedrijfsfysiotherapeut, veelal in samenwerking met het bedrijf en andere
deskundigen (hulpverleners).
De bedrijfsfysiotherapeutische interventie kan daarbij bestaan uit: - een advies over
aanpassingen van de organisatie en inhoud van de arbeid; - vanuit het eigen vakgebied een
bijdrage leveren aan het (her)ontwerp van een ergonomisch verantwoorde werkplek; - het
toepassen van gezondheidsvoorlichting, -opvoeding en -training.
Afhankelijk van de hierover gemaakte afspraken met de opdrachtgever kan de
bedrijfsfysiotherapeut over de uitgevoerde interventie rapporteren.
f. Evaluatiefase
De evaluatiefase heeft tenslotte tot doel na te gaan welk verschil is opgetreden in de
effectvariabelen voor en na de uitvoering van de interventie en aannemelijk te maken
waardoor dat verschil wordt veroorzaakt.
Aan het einde van de evaluatiefase vindt een eindrapportage plaats aan de opdrachtgever.
In een aantal gevallen houdt hiermee het bedrijfsfysiotherapeutisch handelen op.
In veel gevallen is het echter van belang dat de bedrijfsfysiotherapeut een hernieuwd
onderzoek uitvoert.
Een reden hiervoor is dat bepaalde effecten van een interventie pas op langere termijn
zichtbaar zijn. Een tweede reden is dat men wil nagaan of een reeds bereikt effect na een
bepaalde tijd nog aanwezig is. Bovendien vindt bij veel opdrachtgevers begeleiding op
lange termijn plaats.
Samenwerken met andere deskundigen
Aangezien gezondheidsproblemen op de werkplek vaak door
verschillende factoren worden bepaald, is het noodzakelijk dat de mogelijke oplossingen
voor problemen ook op verschillende terreinen worden gezocht.
De bedrijfsfysiotherapeut zal daarom bij de aanpak van aandoeningen van het
bewegingssysteem nauw samenwerken met andere deskundigen op het gebied van
arbeidsomstandigheden.
Daarnaast is het noodzakelijk dat de bedrijfsfysiotherapeut samenwerkt met deskundigen
binnen bedrijven/instellingen die direct of indirect bij de uitvoering van onderzoek, de
realisatie van de interventies en de evaluatie van de effecten zijn betrokken.
Ten slotte kan de bedrijfsfysiotherapeut een rol spelen in een team dat nieuwe werkplekken
ontwerpt.
1.3.2. Secundaire taakgebieden
Ontwikkelen van eigen kennis en vaardigheden De
bedrijfsfysiotherapeut moet eigen kennis en vaardigheden met betrekking tot het vakgebied
van de bedrijfsfysiotherapie verder ontwikkelen. Na- en bijscholing is hierbij een
onontbeerlijk middel.
Evalueren van het beroepsmatig handelen.
De bedrijfsfysiotherapeut dient zelf evaluaties van zijn
beroepsmatig handelen op te zetten en uit te voeren. Het gaat hierbij vooral om de wijze
waarop door de bedrijfsfysiotherapeut de taak wordt verricht.
Het geven van onderwijs en van begeleiding
Het geven van onderwijs en het begeleiden van aankomende
beroepsbeoefenaren kunnen tot het taakgebied van een bedrijfsfysiotherapeut behoren. Dit
taakgebied is waarschijnlijk nu nog niet zo belangrijk, aangezien het vakgebied en het
werkveld van de bedrijfsfysiotherapeut nog nauwelijks zijn ontwikkeld.
Bovendien kan niet van elke bedrijfsfysiotherapeut worden verwacht dat er onderwijs wordt
gegeven of stagiaires worden begeleid. Een en ander hangt af van de mogelijkheden en
interesses van de betreffende deskundige.
Voor het oefenen van praktische vaardigheden in de opleiding tot bedrijfsfysiotherapeut is
het van belang dat er deskundige begeleiders zijn die ervaring hebben.
In de beginjaren van het bestaan van de opleiding zal de vraag naar deskundige begeleiders
het aanbod waarschijnlijk overtreffen. Aan de andere kant is het denkbaar dat de
praktijkbegeleiding ook kan worden gerealiseerd door deskundigen uit andere disciplines.
Wetenschappelijk onderzoek
Hoewel het verrichten van onderzoek belangrijk is voor de
ontwikkeling van de inhoud van het vakgebied en de positie van de nieuwe deskundige in de
bedrijfsgezondheidszorg, is het initiëren en uitvoeren van dergelijk onderzoek
waarschijnlijk in de eerste plaats een taak voor een belangenvereniging of
onderzoeksinstituten.
Individuele bedrijfsfysiotherapeuten kunnen echter wel een zinvolle bijdrage leveren aan
wetenschappelijk onderzoek.
Ontwikkelen van het vakgebied
Van de bedrijfsfysiotherapeut wordt verwacht dat er een
bijdrage wordt geleverd aan de ontwikkeling van het vakgebied van de
bedrijfsfysiotherapie.
Dit kan bijvoorbeeld door deel te nemen aan wetenschappelijk onderzoek dat als doel heeft
kennis op het gebied van fysieke belasting in relatie tot de arbeid te vermeerderen, door
te publiceren in vaktijdschriften, et cetera.
Amersfoort, januari 1995.
2. REGISTRATIE VAN BEDRIJFSFYSIOTHERAPEUTEN
In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op welke wijze professioneel werkende
bedrijfsfysiotherapeuten toekomstig geregistreerd gaan worden door het KNGF.
De aandacht richt zich daarbij vooral op de eisen tot registratie.
Het KNGF is van mening dat de beoordeling (ten behoeve van de registratie) dient plaats te
vinden op basis van vooropleiding en bedrijfsfysiotherapeutische opleiding.
Een geregistreerd bedrijfsfysiotherapeut moet bepaalde beroepsvaardigheden en -kennis
bezitten.
In verband daarmee zijn richtlijnen opgesteld met betrekking tot de vereiste vooropleiding
en vorm en inhoud van een tweede fase opleiding Fysiotherapeut voor de
bedrijfsgezondheidszorg. Tevens zijn een tweetal richtlijnen benoemd ten behoeve van het
onderhouden van vereiste beroepsvaardigheden en -kennis.
Een geregistreerde bedrijfsfysiotherapeut dient te blijven voldoen aan beide
richtlijnen.
2.1. Opleiding bedrijfsfysiotherapeut
2.1.1. Richtlijnen
Vooropleiding: - fysiotherapie Kennis en/of vaardigheden op de volgende
leerstofgebieden: - wetgeving - instanties/netwerk - ARBO- en bedrijfsgezondheidszorg -
bedrijfskunde - sociale en communicatieve vaardigheden - ergonomie - epidemiologie,
statistiek en methodologie - bedrijfsfysiotherapeutische aanpak * methodiek
bedrijfsfysiotherapie * onderzoeksmethoden en meetinstrumenten * organisatie van het werk
en inrichting van de werkplek * gezondheidsvoorlichting, -opvoeding en -training -
praktijkervaring (bedrijfsbezoeken, eindopdracht binnen een bedrijf of instelling [stage]
en eindverslag).
Eindopdracht: Ter afsluiting van de opleiding dient een
eindopdracht uitgevoerd te worden, waarbij de bedrijfsfysiotherapeutische kennis en
vaardigheden (moeten) worden geïntegreerd. Een methodiek bedrijfsfysiotherapie dient
volledig te worden doorlopen binnen een bedrijf of instelling. De cursist verricht
onderzoek naar mogelijke oorzaken van (verwachte) aandoeningen van het bewegingssyteem. Op
basis van de onderzoeksresultaten wordt een plan opgesteld voor interventie. Dit plan
wordt vervolgens uitgevoerd en geëvalueerd. De resultaten van het onderzoek worden
vastgelegd in een eindverslag.
Omvang opleiding: Conform de eisen welke worden
gesteld aan een tweede fase opleiding HBO, te weten minimaal 340 contact-uren (waarvan
minimaal 25% in bedrijven doorgebracht) en minimaal 500 zelfstudie-uren.
Toetsing: Aan de hand van het onderwijsprogramma te stellen leerdoelen dienen te worden
getoetst door de opleidingen.
2.1.2. Onderwijsprogramma
De volgende onderwerpen dienen in ieder geval aan de orde te komen binnen de, in
paragraaf 2.1.1. genoemde leerstofgebieden: Wetgeving: - EG-regelgeving -
Arbeidsomstandighedenwet (kortweg ARBO-wet) - Sociale verzekeringswetten
Instanties/netwerk: - beleidmakers, uitvoerders en onderwijs- en onderzoeksinstellingen op
het gebied van bovenstaande wetgeving ARBO- en gezondheidszorg: - organisatie en structuur
van ARBO- en bedrijfsgezondheidszorg in Nederland - ARBO-deskundigen - ARBO-beleid in
bedrijven (o.m. ARBO-jaarplan en -jaarverslag) - beroepsziekten, beroepsgebonden klachten
en verzuimredenen - modellen "belasting-belastbaarheid" en
"verwerkingsvermogen" - toepassing van bedrijfsfysiotherapie binnen ARBO- en
bedrijfsgezondheidszorg
Bedrijfskunde: - visies op organisatie - organisatiestructuur, -begrippen en -kader -
strategische beleidsvorming - functioneren als zelfstandig ondernemer -
leiderschapsstijlen - marketing-principes - financiën - aansprakelijkheid -
inspraak/medezeggenschap
Sociale en communicatieve vaardigheden: - zakelijke communicatie - presenteren -
interviewen, enquêteren - samenwerken en effectief onderhandelen - conflicthantering
Ergonomie: - historie, definitie, begrippen, regelgeving - fysieke belasting
(biomechanica, [psycho-] fysiologie) - meetinstrumenten en meetmethoden - anthropometrie -
werkplekinrichting - omgevingsfactoren (licht, geluid, klimaat, trillingen) - waarnemen en
informatieverwerking - functie-inhoud
Statistiek, epidemiologie en methodologie: - concepten en methoden uit de beschrijvende
(en toetsende) statistiek - onderzoeksdesigns met aandacht voor begrippen als meetniveau,
validiteit, betrouwbaarheid en steekproef Bedrijfsfysiotherapeutische aanpak: - methodiek
bedrijfsfysiotherapie: doelstellingen van de verschillende fasen, de werkwijze in de
verschillende fasen en hun onderlinge relaties - onderzoeksmethoden en meetinstrumenten:
training van methoden en instrumenten in de (gesimuleerde) praktijk - organisatie van het
werk en inrichting van de werkplek - gezondheidsvoorlichting, -opvoeding en -training
Praktijkervaring: - bedrijfsbezoeken - eindopdracht binnen een bedrijf of instelling
(stage) - eindverslag
2.2. Na- en bijscholing
2.2.1. Richtlijnen
Ten behoeve van het onderhouden van vereiste beroepsvaardigheden en -kennis dienen
geregistreerde bedrijfsfysiotherapeuten te blijven voldoen aan de volgende twee algemene
richtlijnen: - werkzaam zijn als bedrijfsfysiotherapeut - deelnemen aan activiteiten die
de kennis op peil houden: cursussen, congressen en bijeenkomsten. Conform de door het KNGF
gestelde eisen aan na- en bijscholing.
|